Blogopmaak


Dag 5, woensdag 2 april: Heimbach – Kall

Bert:

V Hassenfeld A Kall A 22 km waarvan 18 van de route W droog en fris O pension E Duits in hetzelfde pension T 80,5 + 18 = 98,5 km 

In Kall zijn we verder gelopen naar een volgend adres dat niets was. Na enig wachten daar zijn we terug naar Kall gelopen. Informatie van een politieagent gekregen die ons adviseerde een totaal andere route te lopen. Na afwegen en wat kaarten bij een soort VVV bekeken te hebben doen we dat niet. (Morgen twee nieuwe balpennen kopen) Ik denk dat we de te lopen gemiddelde afstanden niet halen. De mogelijkheden voor overnachten liggen niet voor het grijpen en voor “leuk” wild kamperen is het te koud. We lopen dus eigenlijk minder dan we willen en ook kunnen. We zien wel.
Aanvullend schrijf ik nog even dat we vanmorgen een statieweg naar een klooster hebben gevolgd. Het was een erg steile weg en bij elke statie wilde Helma even kijken. D.w.z. uithijgen. Ze verzint “so wie so” veel smoezen om af en toe even stil te staan.

Aanvulling : In het begin heb ik steeds de km van de route bijgehouden. Als we verkeerd liepen heb ik de km er dus niet bijgeteld. Later hebben we de werkelijk gelopen kilometers bijgehouden. Zowel afkortingen als omlopen dus nu meegeteld. In deze opzet heb ik dat niet alsnog gecorrigeerd. 
Het pension was trouwens het enige mogelijke overnachtingadres. Andere zaken waren aan het verbouwen of bestonden niet meer. De kwaliteit liet te wensen over en achteraf bezien was het duur. De eigenaar ging er prat op dat hij via zijn computer en een erg groot beeldscherm achter de bar ons huis op Google Earth kon laten zien. Hij liet ons aan de hand van ons adres zien waar we woonden. Leuk maar dat wisten we al.



 Helma:

Gelukkig geen spierpijn of andere mankementen; na de zware dag van gisteren zou dat nu niet zo vreemd zijn. Maar kennelijk is de conditie toch wel goed, want we voelen ons prima. Wel is het ’s morgens even wennen als de rugzak opgaat. Steeds weer even uitproberen hoe de banden aangetrokken moeten worden zodat-ie lekker zit. Bert heeft trouwens tot nu toe steeds mijn rugzak ingepakt. Op de een of andere manier lukt het me niet goed alles er handig in te krijgen. Nu hebben we dus de “routine” dat ik het aangeef en hij alles erin doet.

Een heftig begin: we moeten direct buiten het dorp een klein stukje langs de uitlopers van het meer en dan een heel steile klim naar de Mariawald-abdij bovenop de omringende heuvels. Gelukkig staan langs het wandelpad 14 mini-kapelletjes met de kruiswegstaties. Bij ieder plekje een goed excuus om even uit te hijgen. Hoewel het weer somber en fris is, hebben we het door het klimmen alleen maar erg warm.

Bij de abdij bellen we aan en krijgen een stickertje met stempel op onze kaarten.

Verder door naar Kall; als we daar aankomen blijkt het een vrij grote, maar vervelende plaats te zijn. Druk verkeer, geen leuk centrum, veel bedrijven langs de buitenrand.

Een behulpzame agent ziet ons een beetje zoeken op de kaarten en neemt ons mee naar het politiebureau. Hij wil ons allerlei kaarten geven en daarmee aantonen dat we beter een andere route kunnen nemen omdat dat korter is. Hij brengt ons aan het twijfelen: moeten we inderdaad van onze route afwijken? Is uiteindelijk korter, maar of dat gaat lukken zonder goede kaarten? Ook bij het toeristenbureau hebben ze alleen wat foldertjes van accommodatie in de omgeving, maar geen kaarten.

We besluiten, met behulp van de gekregen foldertjes, ons toch aan onze route te houden en vandaag door te lopen naar Keldenich. Daar is een pension, en het is een paar kilometer verder op onze route. Dat scheelt morgen weer.

In Keldenich zit alles tegen: eigenares van het pension is er niet (horen we van een paar mensen die daar wonen en duidelijk wat minder begaafd zijn), café-restaurant dicht zodat we een poos op een hard betonnen bankje zitten te wachten. Als het restaurant uiteindelijk open gaat kunnen we daar wat drinken en krijgen te horen dat het pension een soort opvanghuis voor “Behinderten” is. Verder is er in Keldenich niets waar je kunt slapen. De mensen zijn hier niet vriendelijk; ze spreken een lastig te verstaan dialect en doen snibbig. Vreemd dat je hier tegen een toeristisch gebied aan zit en dat er dan ineens een plaats is die duidelijk helemaal niet op toeristen is ingesteld.

Nogal down gaan we uiteindelijk weer terug naar Kall. Al die tijd voor niets zitten wachten in de kou, de weg terug die we vanmiddag hebben gelopen en die we dan morgen nog eens zullen moeten doen.

In Kall is het zoeken naar een hotel; een hotel aan het centrale plein blijkt aan het verbouwen, maar uiteindelijk komen we in een zaak wat buitenaf waar gelukkig wel een kamer is. Een somber, naargeestig hotel, dito kamer en een vreemde eigenaar annex kok. Opnieuw ben ik opgelucht dat we uiteindelijk een kamer hebben en de douche is ook heerlijk, maar de voldoening en opluchting van gisteren wil vandaag niet zo komen. Als het aan mij ligt zien ze ons nooit meer terug in Kall.

Share by: